Civiel recht overig
Bewijsrecht; passeren van bewijsaanbod, geen verboden prognose (81 RO).
Hoge Raad, 23 mei 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC8965 · Hoge Raad · 23 mei 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc8965
Zaakgegevens
Op 23 mei 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/11496
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Brandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC8965
Samenvatting
Bewijsrecht; passeren van bewijsaanbod, geen verboden prognose (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 23 mei 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC8965
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 mei 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC8965
Uitspraak
23 mei 2008
Eerste Kamer
Nr. 07/11496 HR
EV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 14 december 1999 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Zutphen. Na wijziging van eis heeft [verweerder] gevorderd te verklaren voor recht, kort gezegd, dat [eiser] jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 28 maart 2002, bij eindvonnis van 21 januari 2004 de gevorderde verklaring voor recht toegewezen.
Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 29 mei 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd met verbetering van gronden. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 mei 2008.