Civiel recht overig
Aansprakelijkheidsrecht; matiging schadevergoeding, eigen schuld, causaal verband (81 RO).
Hoge Raad, 6 juni 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD0685 · Hoge Raad · 6 juni 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd0685
Zaakgegevens
Op 6 juni 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 juni 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/125HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G Snijders, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD0685
Samenvatting
Aansprakelijkheidsrecht; matiging schadevergoeding, eigen schuld, causaal verband (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 6 juni 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD0685
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD0685
Uitspraak
6 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/125HR
RM/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], voorheen [A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats], India,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 15 juli 1999 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam. Na vermeerdering van eis heeft [verweerder] gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van € 190.728,75 als voorschot op de geleden schade, alsmede nog te lijden schade op te maken bij staat, met rente en kosten.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 19 november 2003 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 11 januari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiseres] veroordeeld aan [verweerder] te vergoeden de door hem geleden en te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. D. Vlasblom, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 371,34 voor verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.