Civiel recht overig

Aansprakelijkheidsrecht. Geschil tussen bestuurder en enig aandeelhouder van beherend vennoot en stille…

Hoge Raad, 5 september 2008

Zaakgegevens

Op 5 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 september 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
C07/087HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. E. Grabandt
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BD3942
E-mail

Samenvatting

Aansprakelijkheidsrecht. Geschil tussen bestuurder en enig aandeelhouder van beherend vennoot en stille vennoot in een CV; bewijskracht verklaring van partijgetuige (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 5 september 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BD3942

  2. Conclusie A-G · 5 september 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BD3942

Uitspraak

5 september 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/087HR

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

[verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en IAH.

1. Het geding in feitelijke instanties

IAH heeft bij exploot van 28 januari 2003 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen tot betaling van € 1.169.886,--, met rente en kosten.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 24 maart 2004 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft IAH hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Na tussenarresten van 14 juni 2005 en 11 april 2006 en getuigenverhoren, heeft het hof bij eindarrest van 12 december 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd en [eiser] veroordeeld tot vergoeding van de schade die IAH heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van [eiser], op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 11 april 2006 en 12 december 2006 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen IAH is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.