Civiel recht overig
Koop. Geschil bij verkoop en levering van ramlammeren over verschuldigde koopprijs; passeren bewijsaanbod (81 RO).
Hoge Raad, 12 september 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD5983 · Hoge Raad · 12 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd5983
Zaakgegevens
Op 12 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/075HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.A Meijer, mr. K.T.B. Salomons
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD5983
Samenvatting
Koop. Geschil bij verkoop en levering van ramlammeren over verschuldigde koopprijs; passeren bewijsaanbod (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 12 september 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD5983
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 september 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD5983
Uitspraak
12 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/075HR
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.A. Meijer,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerder 2],
3. [Verweerster 3],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 29 april 2005 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd:
* [verweerder] c.s. te veroordelen uit hoofde van wanprestatie om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 23.933,55 alsmede een bedrag ad € 2.393,36 terzake de door [eiser] gemaakte buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente over voorgemelde bedragen vanaf 2 februari 2005 tot de dag der algehele voldoening,
* [verweerder] c.s. te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] reeds geleden en nog te lijden schade ad € 250,-- per dag, vanaf 2 februari 2005 tot de dag der algehele voldoening van het bedrag,
* vergoeding van de gemaakte administratieve kosten ad € 928,-- inclusief 19% BTW,
* [verweerder] c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure.
[Verweerder] c.s. hebben de vorderingen bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 18.338,10 dan wel een bedrag van € 13.448,80 met rente en kosten.
De rechtbank heeft, na het houden van een comparitie van partijen, bij vonnis van 28 december 2005 in conventie [verweerder] c.s. veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 15.928,35, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2005 tot de dag van volledige betaling. In reconventie zijn de vorderingen afgewezen.
Tegen het vonnis van 28 december 2005 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 9 november 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 473,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 september 2008.