Civiel recht overig
Cassatie; herstelarrest, wijziging proceskostenveroordeling.
Hoge Raad, 5 september 2008
ECLI:NL:HR:2008:BE9844 · Hoge Raad · 5 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-be9844
Zaakgegevens
Op 5 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/292HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.A Knijff, mr. F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BE9844
Samenvatting
Cassatie; herstelarrest, wijziging proceskostenveroordeling.
Uitspraak
5 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/292HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.A. Knijff,
t e g e n
MOL AGROCOM B.V.,
gevestigd te Den Bommel, gemeente Oost-Flakkee,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Mol.
1. Het arrest in dit geding
1.1 De Hoge Raad heeft in deze zaak op 27 juni 2008 een arrest uitgesproken. In rov. 3.4.2 van dat arrest is vermeld dat Mol zich omtrent onderdeel 4 van het middel in het principale beroep - het enige door de Hoge Raad gegrond bevonden onderdeel - aan het oordeel van de Hoge Raad heeft gerefereerd, welk onderdeel onder meer de klacht inhield dat beide partijen de onjuiste beslissing van het hof niet hadden bepleit. Hoewel derhalve sprake was van een onjuiste beslissing van het hof die door Mol niet was uitgelokt of verdedigd, is ten gevolge van een misslag in het dictum in het principale beroep een kostenveroordeling ten laste van Mol uitgesproken, waar de kosten hadden moeten zijn gereserveerd tot de einduitspraak.
De Hoge Raad zal deze misslag herstellen. Mol heeft een daartoe strekkend verzoek gedaan, waarop de advocaat van [eiser] heeft gereageerd.
1.2 In het dictum van het arrest dient derhalve in het principale beroep de kostenveroordeling ten laste van Mol te worden geschrapt, en in plaats daarvan dient te worden gelezen:
"reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;
begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van [eiser] op € 1.301,18 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, en aan de zijde van Mol op € 1.291,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;".
2. Beslissing
De Hoge Raad:
verbetert bovenvermelde fout in het op 27 juni 2008 in deze zaak uitgesproken arrest;
stelt deze verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.