Civiel recht overig
Huurrecht. Kort geding over ontruiming bedrijfsruimte en verbeurde contractuele boetes (81 RO).
Hoge Raad, 14 november 2008
ECLI:NL:HR:2008:BF1946 · Hoge Raad · 14 november 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bf1946
Zaakgegevens
Op 14 november 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 november 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/111HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J van Basten Batenburg, mr. R.F Thunnissen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BF1946
Samenvatting
Huurrecht. Kort geding over ontruiming bedrijfsruimte en verbeurde contractuele boetes (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 14 november 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BF1946
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 november 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BF1946
Uitspraak
14 november 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/111HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
2. HOTEL DE LANTAERNE LEIDSEKADE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], [verweerder 1] en De Lantaerne.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 27 april 2006 [verweerder 1] in kort geding gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton en gevorderd, kort gezegd, [verweerder 1] te veroordelen tot ontruiming van de door hem gehuurde bedrijfsruimte aan de [a-straat 1] te [plaats] en [verweerder 1] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 10.000,-- aan verbeurde contractuele boetes sedert 20 maart 2006.
[Verweerder 1] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, hem te machtigen om De Lantaerne in zijn plaats te stellen als huurster, en subsidiair [eiser] te veroordelen te gedogen dat de Lantaerne haar horecabedrijf exploiteert in de bedrijfsruimte aan de [a-straat 1].
De kantonrechter heeft bij vonnis van 22 mei 2006 de vordering van [eiser] toegewezen en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder 1] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij tussenarrest van 14 september 2006 heeft het hof De Lantaerne als tussenkomende partij toegelaten.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij eindarrest van 15 februari 2007 het vonnis waarvan beroep vernietigd voor zover daarbij de vordering van [eiser] tot ontruiming van het gehuurde is toegewezen. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof de vordering van [eiser] alsnog afgewezen en het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder 1] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen De Lantaerne is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] en [verweerder 1] toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van De Lantaerne B.V. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 november 2008.