Civiel recht overig

Huur bedrijfsruimte. Geding na verwijzing; vervolg op HR 11 november 2005, nr. C04/238, LJN: AT539 (81 RO).

Hoge Raad, 12 december 2008

Zaakgegevens

Op 12 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
C07/153HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. E Grabandt, mr. P. Garretsen
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BG1809
E-mail

Samenvatting

Huur bedrijfsruimte. Geding na verwijzing; vervolg op HR 11 november 2005, nr. C04/238, LJN: AT539 (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 december 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BG1809

  2. Conclusie A-G · 12 december 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BG1809

Uitspraak

12 december 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/153HR

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

STICHTING HET GROENE LICHT, voorheen geheten Stichting Camping Zeeburg,

gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en [verweerder].

1. Het geding in voorgaande instanties

Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 11 november 2005, nr. C04/238HR, LJN: AT7539. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 24 maart 2004 vernietigd, het beroep voor zover gericht tegen het tussenvonnis van die rechtbank van 29 december 1999 verworpen en het geding naar het gerechtshof te Amsterdam verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

Na conclusiewisseling heeft het hof bij arrest van 25 januari 2007 het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, voor recht verklaard dat het aan [verweerder] voorgelegde nieuwe huurcontract twee essentiële bepalingen bevat die in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid en dat [verweerder] derhalve terecht geweigerd heeft om zonder voorbehoud daarmee in te stemmen, en de Stichting veroordeeld de ten gevolge van de aan haar toerekenbare tekortkoming door [verweerder] geleden en te lijden schade te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 december 2008.