Civiel recht overig
Overeenkomst van opdracht (levering keukeninrichting); betaling openstaande facturen (81 RO).
Hoge Raad, 27 maart 2009
ECLI:NL:HR:2009:BH1541 · Hoge Raad · 27 maart 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bh1541
Zaakgegevens
Op 27 maart 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 maart 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00407
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A. van der Hansz
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BH1541
Samenvatting
Overeenkomst van opdracht (levering keukeninrichting); betaling openstaande facturen (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 27 maart 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BH1541
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 maart 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH1541
Uitspraak
27 maart 2009
Eerste Kamer
08/00407
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
ARKEL INTERIEUR VORMEN B.V.,
gevestigd te Arkel, gemeente Giessenlanden,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Arkel.
1. Het geding in feitelijke instanties
Arkel heeft bij exploot van 16 juli 2004 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Dordrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan Arkel te betalen een bedrag van € 9.691,36, met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, Arkel te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 13.500,--, met rente en kosten.
Na een comparitie van partijen te hebben gelast heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 10 november 2004 zowel Arkel als [eiser] tot bewijslevering toegelaten.
De rechtbank heeft, na verhoor van getuigen, bij eindvonnis van 22 juni 2005 in conventie [eiser] veroordeeld om tegen bewijs van kwijting aan Arkel te betalen een bedrag van € 7.140,-- en in reconventie de vorderingen afgewezen.
Tegen de vonnissen van 10 november 2004 en 22 juni 2005 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 9 oktober 2007 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Arkel is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Arkel begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 maart 2009.