Civiel recht overig
Overeenkomstenrecht. Geldlening; bewijskracht onderhandse akten (81 RO).
Hoge Raad, 10 april 2009
ECLI:NL:HR:2009:BH1542 · Hoge Raad · 10 april 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bh1542
Zaakgegevens
Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 april 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/11302
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A van der Hansz, mr. M.J. van Basten Batenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BH1542
Samenvatting
Overeenkomstenrecht. Geldlening; bewijskracht onderhandse akten (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 10 april 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BH1542
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH1542
Uitspraak
10 april 2009
Eerste Kamer
07/11302
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 9 maart 2004 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Groningen en gevorderd, kort gezegd, [verweerster] te ontheffen van de veroordeling bij verstek tot betaling van een geldbedrag van € 128.000,-- tegen haar uitgesproken bij vonnis door de rechtbank Groningen op 13 december 2002, en de vordering van [eiser] alsnog af te wijzen.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na [eiser] bewijs te hebben opgedragen bij tussenvonnis van 9 maart 2005, bij eindvonnis van 18 januari 2006 de vorderingen afgewezen.
Tegen deze vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 9 mei 2007 heeft het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.111,34 in totaal, waarvan € 5.997,34 op de voet van art. 243 Rv. te betalen aan de Griffier, en € 114,-- aan [verweerster].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.