Civiel recht overig
Procesrecht. Bewijsrecht; bewijswaardering; beperkte bewijskracht partijgetuige.
Hoge Raad, 10 april 2009
ECLI:NL:HR:2009:BH1545 · Hoge Raad · 10 april 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bh1545
Zaakgegevens
Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 april 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/13664
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.A.L.C. Lamme
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BH1545
Samenvatting
Procesrecht. Bewijsrecht; bewijswaardering; beperkte bewijskracht partijgetuige.
Procesgang
Hoge Raad · 10 april 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BH1545
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH1545
Uitspraak
10 april 2009
Eerste Kamer
07/13664
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. EKAMIJ B.V., als rechtsvoorganger van Ruimbaan B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
2. RUIMBAAN B.V., als rechtsopvolger van Ekamij B.V.,
gevestigd te Leiden,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.A.L.C. Lamme,
t e g e n
OEGSTGEESTER GRONDBEZIT B.V.,
gevestigd te Oegstgeest,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Ekamij, Ruimbaan en OGB.
1. Het geding in feitelijke instanties
Ekamij heeft bij exploot van datum 7 februari 2002 OGB gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, OGB te veroordelen om aan Ekamij te betalen een bedrag van € 567.225,-- inzake het prijsgeven van haar huurrechten, met rente en kosten.
OGB heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat het door Ekamij gelegde beslag op een aantal onroerende zaken onrechtmatig is en derhalve vervalt, en Ekamij te veroordelen in de schade die OGB als gevolg van het beslag heeft geleden en/of zal lijden, nader op te maken bij staat.
De rechtbank heeft, na een mondelinge behandeling, bij vonnis van 20 november 2002 in conventie de vordering van Ekamij afgewezen en in reconventie Ekamij veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan OGB, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Tegen dit vonnis heeft Ekamij hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. OGB heeft bij memorie van antwoord de eis in reconventie gewijzigd.
Bij eindarrest van 5 september 2007 heeft het hof, na een tussenarrest en getuigenverhoren, het vonnis waarvan beroep voor zover in reconventie gewezen vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de in hoger beroep gewijzigde vordering van OGB tegen Ekamij en Ruimbaan afgewezen, het vonnis waarvan beroep voor het overige bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders dan in de eerste instantie gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben Ekamij en Ruimbaan beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen OGB is verstek verleend.
De zaak is voor Ekamij en Ruimbaan toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Ekamij en Ruimbaan in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van OGB begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.