Civiel recht overig

Overeenkomstenrecht; koop; geen bevrijdend verweer als bedoeld in HR 5 januari 1968, NJ 1968, 102…

Hoge Raad, 27 februari 2009

Zaakgegevens

Op 27 februari 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 februari 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
C07/147HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. H.J.W Alt, mr. C.A.J. van der Meulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BH1635
E-mail

Samenvatting

Overeenkomstenrecht; koop; geen bevrijdend verweer als bedoeld in HR 5 januari 1968, NJ 1968, 102; devolutieve werking van het hoger beroep (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 27 februari 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BH1635

  2. Conclusie A-G · 27 februari 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BH1635

Uitspraak

27 februari 2009

Eerste Kamer

Nr. C07/147HR

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

EVERPOLISH B.V.,

gevestigd te Bilthoven, gemeente De Bilt,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. C.A.J. van der Meulen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Everpolish.

1. Het geding in feitelijke instanties

Everpolish heeft bij exploot van 27 juli 2004 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding aan Everpolish, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden en een vordering in reconventie ingesteld. De vordering in reconventie speelt in cassatie geen rol meer.

De rechtbank heeft bij vonnis van 31 augustus 2005 de vordering van Everpolish afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft Everpolish hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 11 januari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van Everpolish alsnog toegewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Everpolish heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 31 december 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Everpolish begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 februari 2009.