Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Bevrijdende verjaring; stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn (81 RO).
Hoge Raad, 10 april 2009
ECLI:NL:HR:2009:BH1998 · Hoge Raad · 10 april 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bh1998
Zaakgegevens
Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 april 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/12677
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D Rijpma, mr. G. Snijders
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BH1998
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Bevrijdende verjaring; stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 13 juli 2007
ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3885Hoge Raad · 10 april 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BH1998
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH1998
Uitspraak
10 april 2009
Eerste Kamer
07/12677
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de rechtspersoon naar vreemd recht ING BHF-BANK AKTIENGESELLSCHAFT,
gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
voorheen kantoorhoudende te [plaats],
2. [Verweerster 2],
kantoorhoudende te [plaats],
3. [Verweerder 3],
kantoorhoudende te [plaats],
4. [Verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ING en als [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
ING heeft bij exploot van 6 oktober 2004 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 306.301,64, met rente en kosten.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 augustus 2005 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft ING hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 13 juli 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft ING beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. E.C.M. Hurkens, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt ING in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 april 2009.