Civiel recht overig

Wissel- en chequerecht. Aansprakelijkheid bank; geen algemene zorgplicht niet-betrokken bank tot onderzoek op…

Hoge Raad, 15 mei 2009

Zaakgegevens

Op 15 mei 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 mei 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/11245
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. H.J.W Alt, mr. B.T.M. van der Wiel
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BH6531
E-mail

Samenvatting

Wissel- en chequerecht. Aansprakelijkheid bank; geen algemene zorgplicht niet-betrokken bank tot onderzoek op valsheid van ter incasso aangeboden cheque ten behoeve van derden (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 mei 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BH6531

  2. Conclusie A-G · 15 mei 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BH6531

Uitspraak

15 mei 2009

Eerste Kamer

07/11245

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ABN Amro.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiseres] heeft bij exploot van 17 maart 2003 ABN Amro en Fortis Bank (Nederland) N.V. (hierna: Fortis) gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, ABN Amro en Fortis hoofdelijk te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 34.329,24, met rente en kosten.

ABN Amro en Fortis hebben de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 4 mei 2005 de vordering tegen Fortis afgewezen en voorts een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 1 maart 2006 heeft de rechtbank de vordering tegen ABN Amro afgewezen.

Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 3 mei 2007 heeft het hof de bestreden vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

ABN Amro heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 27 maart 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN Amro begroot op € 1101,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 mei 2009.