Civiel recht overig
Internationaal privaatrecht; op huwelijksvermogensregime toepasselijk recht (81 RO).
Hoge Raad, 10 juli 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI4195 · Hoge Raad · 10 juli 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bi4195
Zaakgegevens
Op 10 juli 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juli 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00354
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. J.C. Meijroos
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BI4195
Samenvatting
Internationaal privaatrecht; op huwelijksvermogensregime toepasselijk recht (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 10 juli 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BI4195
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juli 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BI4195
Uitspraak
10 juli 2009
Eerste Kamer
08/00354
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats] Spanje,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats] Spanje,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 19 september 2003 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, tussen partijen echtscheiding uit te spreken met een nevenvoorziening strekkende tot het voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel.
De man heeft het verzoek bestreden en een verweerschrift tevens zelfstandig verzoek ingediend met onder andere een nevenvoorziening tot verdeling van de gemeenschap.
De rechtbank heeft, na mondelinge behandelingen en echtscheiding te hebben uitgesproken, bij beschikking van 13 december 2005 bepaald dat de vrouw aan de man ter zake van verdeling van de opbrengst van het appartement te [plaats] dient te voldoen een bedrag van € 30.319,18, de door de man verzochte verdeling dan wel verrekening ter zake van de onroerende zaken dan wel de verkoopopbrengst daarvan afgewezen en een deel van de verdeling van de inboedelgoederen als volgt vastgesteld:
* aan de man worden - zonder nadere vergoeding aan de vrouw - toebedeeld de door de man ten huwelijk aangebrachte goederen zoals vermeld in de aan de huwelijkse voorwaarden gehechte lijst van huwelijksaanbrengsten en;
* aan de vrouw worden - zonder nadere vergoeding aan de man - toebedeeld de door de vrouw ten huwelijk aangebrachte goederen zoals vermeld in de aan de huwelijkse voorwaarden gehechte lijst van huwelijksaanbrengsten.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel appel ingesteld.
Bij beschikking van 24 oktober 2007 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd voor zover ter zake van verdeling van de opbrengst van het appartement te [plaats] is bepaald dat de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 30.319,18 en, in zoverre opnieuw beschikkende, bepaald dat de vrouw ter zake de verdeling van het appartement € 53.319,18 aan de man dient te voldoen en de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht de beschikking van het hof te bevestigen en de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieverzoek dan wel hem dit te ontzeggen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.