Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid notaris. Ontbreken volmacht van erfgenaam aan…
Hoge Raad, 9 oktober 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI9829 · Hoge Raad · 9 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bi9829
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/01115
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.T.M van der Wiel, mr. E. Grabandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BI9829
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid notaris. Ontbreken volmacht van erfgenaam aan notaris om onroerend goed aan derde te verkopen. (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof Leeuwarden · 5 december 2007
ECLI:NL:GHLEE:2007:BB9816Hoge Raad · 9 oktober 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BI9829
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 oktober 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BI9829
Uitspraak
9 oktober 2009
Eerste Kamer
08/01115
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Eiser tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de verweerders in cassatie als [verweerder 1], [verweerder 2] en [verweerster 3] en gezamenlijk als de erven.
1. Het geding in feitelijke instanties
De erven hebben bij exploot van 4 februari 2003 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd;
- te verklaren voor recht dat [eiser] jegens de erven onrechtmatig heeft gehandeld, althans toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn verplichtingen,
- te verklaren voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor alle schade die de erven hebben geleden en nog zullen lijden,
- [eiser] te veroordelen tot betaling van al datgene waartoe de erven in de procedure tussen hen en [betrokkene 1] zijn en nog zullen worden veroordeeld, althans de schade nader op te maken bij staat.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 11 juni 2003 heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 3 maart 2004 [eiser] toegelaten tot bewijslevering dat [verweerder 1] aan [eiser] een volmacht heeft verstrekt tot het ter verkoop aanbieden van de boerderij aan [betrokkene 1] dan wel dat [verweerder 1] heeft ingestemd met het aanbod tot verkoop van de boerderij aan [betrokkene 1].
De rechtbank heeft, na getuigen te hebben gehoord, bij eindvonnis van 16 maart 2005 voor recht verklaard dat [eiser] onrechtmatig jegens de erven gehandeld heeft en dientengevolge aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door de erven geleden en nog te lijden schade en [eiser] veroordeeld tot voldoening van schadevergoeding, nader op te maken bij staat.
Tegen de vonnissen van 3 maart 2004 en 16 maart 2005 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 5 december 2007 heeft het hof de bestreden vonnissen bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De erven hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. L.C. Dufour, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.