Civiel recht overig
BOPZ. Voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Cassatieberoep niet-ontvankelijk…
Hoge Raad, 2 oktober 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ1283 · Hoge Raad · 2 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj1283
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/02314
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.E.M Later, mr. D. Stoutjesdijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ1283
Samenvatting
BOPZ. Voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Cassatieberoep niet-ontvankelijk; geldigheidsduur voorlopige machtiging verstreken zodat betrokkene geen belang meer heeft bij zijn beroep.
Procesgang
Hoge Raad · 2 oktober 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ1283
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 oktober 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ1283
Uitspraak
2 oktober 2009
Eerste Kamer
09/02314
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van justitie in het arrondissement Amsterdam heeft op 26 februari 2009, onder overlegging van een ondertekende geneeskundige verklaring, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging om betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en te doen verblijven.
Nadat de rechtbank op 9 maart 2009 de advocaat van betrokkene, de behandelend psychiater [betrokkene 1] en de buurtregisseur [betrokkene 2] had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte machtiging verleend voor de duur van zes maanden.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de officier van justitie is een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te Amsterdam.
3. Ontvankelijkheid van het beroep
Het beroep is gericht tegen een beschikking op een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De geldigheidsduur van de door de rechtbank op 9 maart 2009 verleende machtiging is echter op 9 september 2009 verstreken, zodat betrokkene geen belang meer heeft bij zijn beroep en om deze reden daarin niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 2 oktober 2009.