Civiel recht overig

BOPZ. Voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. Passeren verzoek om…

Hoge Raad, 18 september 2009

Zaakgegevens

Op 18 september 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 september 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02331
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. E. Grabandt
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BJ2675
E-mail

Samenvatting

BOPZ. Voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. Passeren verzoek om contra-expertise, motivering (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 18 september 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BJ2675

  2. Conclusie A-G · 18 september 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BJ2675

Uitspraak

18 september 2009

Eerste Kamer

09/02331

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT Rotterdam,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instantie

De officier van justitie in het arrondissement Rotterdam heeft op 20 maart 2009, onder overlegging van een ondertekende geneeskundige verklaring en een behandelingsplan, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, alsmede de behandelend arts, [betrokkene 1] op 3 april 2009 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte machtiging verleend voor de duur van zes maanden.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 september 2009.