Civiel recht overig

BOPZ. Voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Gevaren in de zin van art. 1 lid 1…

Hoge Raad, 11 september 2009

Zaakgegevens

Op 11 september 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 september 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02456
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BJ2719
E-mail

Samenvatting

BOPZ. Voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Gevaren in de zin van art. 1 lid 1 jo. art. 2 Wet Bopz. Motivering. (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 11 september 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BJ2719

  2. Conclusie A-G · 11 september 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BJ2719

Uitspraak

11 september 2009

Eerste kamer

09/02456

EVE/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

In de zaak van:

[Betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

Officier van Justitie in het arrondissement Leeuwarden,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijk instantie

De officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden heeft op 2 maart 2009, onder overlegging van een ondertekende geneeskundige verklaring en een behandelingsplan, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, alsmede psychologe Baas, op 20 maart 2009 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte machtiging verleend voor de duur van zes maanden.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 september 2009.