Civiel recht overig
Procesrecht. Geschil over executie van dwangsommen (81 RO).
Hoge Raad, 16 oktober 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ7327 · Hoge Raad · 16 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj7327
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00165
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A van der Hansz, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ7327
Samenvatting
Procesrecht. Geschil over executie van dwangsommen (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 september 2007
ECLI:NL:GHSHE:2007:BB6847Hoge Raad · 16 oktober 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ7327
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 oktober 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ7327
Uitspraak
16 oktober 2009
Eerste Kamer
08/00165
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
zowel voor zich als in zijn hoedanigheid van (destijds) vennoot van de commanditaire vennootschap C.V. Fritessalon 't Liesbos,
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
zowel voor zich als in haar hoedanigheid van (destijds) vennoot in de commanditaire vennootschap C.V. Fritessalon 't Liesbos, .
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 15 juni 2005 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank Breda en gevorderd, kort gezegd,
a. te verklaren voor recht dat onrechtmatig zijn de betekening van de exploten van 17 februari 2005 en 14 april 2005 en de daarin opgenomen bedragen; alsmede het beslag op onroerend goed en bankrekeningen van [eiser]; het bestoken met brieven over dwangsommen en andere vorderingen; het trachten door bedreigingen [eiser] het werk onmogelijk te maken en zo de bedrijfscontinuïteit in gevaar te brengen;
b. [verweerder] c.s. te bevelen het beslag op de onroerende zaak en/of bankrekeningen van [eiser] binnen vijf dagen na betekening van het vonnis op te heffen; en
c. [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] de hieruit geleden schade te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 mei 2006 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 18 september 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, en subsidiair tot verwerping daarvan.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en voor [verweerder] c.s. door hun advocaat en mr. S. Kousedghi, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 oktober 2009.