Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Verjaring ex art. 7:23 lid 2 BW (81 RO).
Hoge Raad, 27 november 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ7833 · Hoge Raad · 27 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj7833
Zaakgegevens
Op 27 november 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00172
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J. Duijsens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ7833
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Verjaring ex art. 7:23 lid 2 BW (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 27 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ7833
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 november 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ7833
Uitspraak
27 november 2009
Eerste Kamer
08/00172
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. PERKPLANTENKWEKERIJ DE ZONNEBLOEM C.V.,
gevestigd te Monster, gemeente Westland,
alsmede haar vennoten:
2. [Eiser 2],
3. [Eiseres 3],
4. [Eiser 4],
5. [Eiser 5],
allen wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerster], handelend onder de naam Merite Breeding,
gevestigd te Wateringen, gemeente Westland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Merite.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] c.s. hebben bij exploot van 10 maart 2005 Merite gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd,
- ontbinding van de overeenkomsten tussen [eiser] c.s. en Merite, welke hebben geleid tot pelargoniumleveranties in 1999, en
- Merite te veroordelen de factuurbedragen van € 39.431,51 aan [eiser] c.s. terug te betalen, met rente en kosten, en
- schadevergoeding nader op te maken bij staat.
Merite heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 27 juli 2005 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij vonnis van 18 januari 2006 de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen.
Tegen het vonnis van 18 januari 2006 hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 25 oktober 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Merite is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Merite begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 november 2009.