Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Verkeersongeval. Verdeling van schade op de voet van art. 6:101 lid…
Hoge Raad, 4 december 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ8258 · Hoge Raad · 4 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj8258
Zaakgegevens
Op 4 december 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00730
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E Franke, aanvankelijk mrs. F.E. Vermeulen en C.M Reijnen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ8258
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Verkeersongeval. Verdeling van schade op de voet van art. 6:101 lid 1 BW. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 4 december 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ8258
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 december 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8258
Uitspraak
4 december 2009
Eerste Kamer
08/00730
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V. (voorheen Winterthur Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam),
gevestigd te Zoetermeer,
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ ZORGVERZEKERAAR VGZ U.A.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mrs. F.E. Vermeulen en C.M. Reijnen, thans mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s., en verweerders afzonderlijk als respectievelijk [verweerder 1] en VGZ.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] c.s. hebben bij exploot van 18 april 2002 [eiser] c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd,
- primair, [eiser] c.s. te veroordelen aan [verweerder 1] te vergoeden alle schade, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het verkeersongeval van 13 september 2000 heeft geleden of nog zal lijden, nader op te maken bij staat; en
- [eiser] c.s. te veroordelen aan VGZ te betalen een bedrag van € 89.583,75, met rente en kosten; en
- subsidiair, [eiser] c.s. te veroordelen tot betaling van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen deel van het primair gevorderde.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis van 21 augustus 2002 een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 25 februari 2004 [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan [verweerder 1] te vergoeden 20% van de schade, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het ongeval heeft geleden of nog zal lijden. Daarnaast heeft de rechtbank [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan VGZ te betalen een bedrag van € 17.916,75, met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft de rechtbank afgewezen.
Tegen de vonnissen van de rechtbank hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 19 juli 2007 heeft het hof [verweerder] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen het tussenvonnis van 21 augustus 2002, het vonnis van de rechtbank van 25 februari 2004 vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan [verweerder 1] 80% van de schade te vergoeden, zowel materieel als immaterieel, welke hij ten gevolge van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Daarnaast heeft het hof [eiser] c.s. hoofdelijk veroordeeld om aan VGZ een bedrag van € 76.913,21 te vergoeden te vermeerderen met rente en kosten. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat, en voor [verweerder] c.s. door mr. C.M. Reijnen, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan
de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 4.746,34
in totaal, waarvan € 4.631,34 op de voet van art. 243 Rv. te voldoen aan de Griffier, en € 115,-- te voldoen aan [verweerder 1].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 december 2009.