Civiel recht overig
Europees recht. Geschil over vraag of het op een communautaire richtlijn berustende voorschrift van een…
Hoge Raad, 13 november 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ8329 · Hoge Raad · 13 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj8329
Zaakgegevens
Op 13 november 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/00698
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E Grabandt, mr. D. Stoutjesdijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ8329
Samenvatting
Europees recht. Geschil over vraag of het op een communautaire richtlijn berustende voorschrift van een zogenaamde open declaratie in de etikettering van mengvoeders in strijd is met het evenredigheidsbeginsel (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 6 december 2007
ECLI:NL:GHSGR:2007:BB9593Hoge Raad · 13 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ8329
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 november 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8329
Uitspraak
13 november 2009
Eerste Kamer
08/00698
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. NEDERLANDSE VERENIGING DIERVOEDERINDUSTRIE NEVEDI,
gevestigd te Rotterdam,
2. het openbaar lichaam PRODUCTSCHAP DIERVOEDER,
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Nevedi c.s. en de Staat, eisers onder 1 en 2 ieder afzonderlijk als Nevedi en het Productschap.
1. Het geding in feitelijke instanties
Nevedi heeft bij exploot van 23 augustus 2006 de Staat in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter bij de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd,
- de leden 2 en 3 van art. 31 van de Regeling diervoeders in de versie van 29 juni 2006 buiten werking te stellen voorzover die bepalingen de vermelding van gewichtspercentages voorschrijven van in mengvoeders voorkomende voedermiddelen, totdat door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen zal zijn beslist dat art. 1 lid 4 van Richtlijn 2002/2/EG voorzover die bepaling de vermelding voorschrijft van gewichtspercentages van in mengvoeders voorkomende voedermiddelen niet nietig dan wel ongeldig is, althans de Staat te bevelen zodanige maatregelen te treffen dat de leden 2 en 3 van art. 31 van de Regeling diervoeders in de versie van 29 juni 2006 tot genoemd tijdstip - op welke formele wijze dan ook - buiten toepassing worden gelaten voorzover die bepalingen de vermelding voorschrijven van gewichtspercentages van in mengvoeders voorkomende voedermiddelen; en
- de zaak te verwijzen naar het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen met het verzoek de in de inleidende dagvaarding genoemde prejudiciële vragen te beantwoorden.
Het Productschap heeft bij (incidentele) conclusie tot voeging van 10 oktober 2006 gevorderd als gevoegde partij aan de zijde van Nevedi te worden toegelaten.
De Staat heeft de vordering van Nevedi bestreden. Tegen de vordering tot incidentele voeging heeft de Staat zich niet verweerd. De voorzieningenrechter heeft de incidentele vordering toegewezen.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 23 oktober 2006 de vorderingen van Nevedi c.s. afgewezen.
Tegen het vonnis van de voorzieningenrechter hebben Nevedi c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 6 december 2007 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Nevedi c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Nevedi c.s. heeft bij brief van 1 oktober 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Nevedi c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 november 2009.