Civiel recht overig
Procesrecht, bewijslast(verdeling). Geschil over betalingen i.v.m. exploitatie grill-room (81 RO).
Hoge Raad, 27 november 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ8838 · Hoge Raad · 27 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj8838
Zaakgegevens
Op 27 november 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/03902
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M. de Boorder
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ8838
Samenvatting
Procesrecht, bewijslast(verdeling). Geschil over betalingen i.v.m. exploitatie grill-room (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 27 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ8838
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 november 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ8838
Uitspraak
27 november 2009
Eerste Kamer
08/03902
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M. de Boorder,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 21 september 2000 [verweerder] gedagvaard voor de kantonrechter te Alphen aan den Rijn en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 5.642,--, met rente en kosten.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft, na tussenvonnissen van 13 februari 2001 en 27 november 2001, bij eindvonnis van 10 september 2002 de vordering afgewezen.
Tegen de vonnissen van 27 november 2001 en 10 september 2002 van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na tussenarresten van 26 mei 2005 en 2 maart 2006 heeft het hof bij eindarrest van 22 mei 2008 de vonnissen van de kantonrechter bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen voornoemde arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 november 2009.