Civiel recht overig
Procesrecht. Ontvankelijkheid appèl. Art. 19 Rv. (81 RO).
Hoge Raad, 11 december 2009
ECLI:NL:HR:2009:BK0153 · Hoge Raad · 11 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bk0153
Zaakgegevens
Op 11 december 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/03990
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A. van der Hansz
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BK0153
Samenvatting
Procesrecht. Ontvankelijkheid appèl. Art. 19 Rv. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 11 december 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BK0153
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 december 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BK0153
Uitspraak
11 december 2009
Eerste Kamer
08/03990
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. J.C. Meijroos en mr. A. Ramsoedh.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 12 augustus 2005 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd,
- [verweerder] te veroordelen aan [eiser] terug te betalen een bedrag van € 33.579,73, met rente en kosten; en
- [verweerder] te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 38.571,32, met rente en kosten, waarvoor [verweerder] de bij hem in consignatie gegeven boot heeft verkocht en
- een bedrag van € 12.878,97 aan buitengerechtelijke kosten.
[Verweerder] heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 9 november 2005 en 22 februari 2006, bij eindvonnis van 22 november 2006 [verweerder] veroordeeld aan [eiser] te betalen een bedrag van € 38.571,32, met wettelijke rente, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen de vonnissen van 22 februari 2006 en 22 november 2006 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. [Eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 13 mei 2008 heeft het hof in het principaal appel de vonnissen van de rechtbank van 22 februari 2006 en 22 november 2006 vernietigd wat betreft de vordering van [eiser] tot betaling van € 38.571,32. In zoverre opnieuw rechtdoende heeft het hof die vordering alsnog afgewezen. In het incidenteel appel heeft het hof voornoemde vonnissen bekrachtigd wat betreft de vordering tot betaling van € 27.226,81 met rente.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op 3.301,07 in totaal, waarvan € 3.186,07 op de voet van art. 243 Rv. te betalen aan de Griffier, en € 115,-- aan [verweerder].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 december 2009.