Civiel recht overig

Overeenkomstenrecht. Opdracht; afwijzing vordering wegens beroepsfout advocaat; onvoldoende aannemelijk maken…

Hoge Raad, 18 december 2009

Zaakgegevens

Op 18 december 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/04647
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P Garretsen, mr. B.T.M. van der Wiel
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BK0872
E-mail

Samenvatting

Overeenkomstenrecht. Opdracht; afwijzing vordering wegens beroepsfout advocaat; onvoldoende aannemelijk maken door wederpartij van gestelde schade wegens verlopen verjaringstermijn. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 18 december 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BK0872

  2. Conclusie A-G · 18 december 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BK0872

Uitspraak

18 december 2009

Eerste kamer

08/04647

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

In de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 1 augustus 2005 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat [verweerder] jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld doordat hij niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht en derhalve aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft geleden, lijdt of nog dreigt te lijden ten gevolge het aan [eiser] overkomen ongeval en voorts [verweerder] zal veroordelen tot vergoeding van die schade, op te maken bij staat.

[Verweerder] heeft de vorderingen bestreden.

De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 29 maart 2006 waarbij de rechtbank [eiser] in de gelegenheid heeft gesteld bij akte aannemelijk te maken dat hij een procedure tegen Greenib zou zijn begonnen, toe te lichten dat die procedure niet kansloos was en een gespecificeerde opgave te doen van zijn schade, bij eindvonnis van 13 september 2006 de vorderingen afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Verweerder] heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 24 juli 2008 heeft het hof in het principaal beroep het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. J. Mencke, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO, zo mogelijk met compensatie van de kosten.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot bantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 374,34 aan verschotten en 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 december 2009.