Civiel recht overig

Nationaliteitsrecht. Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap op de voet van art. 17 RWN; vraag of…

Hoge Raad, 18 december 2009

Zaakgegevens

Op 18 december 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00744
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J.P Sanchez Montoto, mr. J. van Duijvendijk-Brand
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BK6877
E-mail

Samenvatting

Nationaliteitsrecht. Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap op de voet van art. 17 RWN; vraag of verzoeker in weerwil van het bepaalde in art. 2, 3 en 6 van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk Nederland en de Republiek Suriname de bij zijn geboorte verkregen Nederlandse nationaliteit heeft behouden. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 18 december 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BK6877

  2. Conclusie A-G · 18 december 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BK6877

Uitspraak

18 december 2009

Eerste Kamer

09/00744

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J.P. Sanchez Montoto,

t e g e n

DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Justitie,

zetelende te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 28 december 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op de voet van art. 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit.

De Staat heeft bij brief van 20 augustus 2008 zijn standpunt met betrekking tot het verzoek kenbaar gemaakt.

Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij beschikking van 19 december 2008 het verzoek afgewezen.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 december 2009.