Civiel recht overig
Bopz. Verlening voorlopige machtiging; hoor en wederhoor (81 RO).
Hoge Raad, 29 januari 2010
ECLI:NL:HR:2010:BK8105 · Hoge Raad · 29 januari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bk8105
Zaakgegevens
Op 29 januari 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04666
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. O.C. Bondam
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BK8105
Samenvatting
Bopz. Verlening voorlopige machtiging; hoor en wederhoor (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 29 januari 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BK8105
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BK8105
Uitspraak
29 januari 2010
Eerste Kamer
09/04666
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. O.C. Bondam,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 'S-GRAVENHAGE,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage heeft op 7 augustus 2009 verzocht om een voorwaardelijke machtiging tot opneming in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank 's-Gravenhage heeft, na mondelinge behandeling, bij tussenbeschikking van 1 september 2009 de officier van justitie in de gelegenheid gesteld alsnog een andere machtiging te verzoeken. De officier van justitie heeft op 1 oktober 2009, onder overlegging van een door [betrokkene 1] ondertekende geneeskundige verklaring, een nieuw verzoek ingediend bij de rechtbank tot het verlenen van primair een voorlopige machtiging en subsidiair een voorwaardelijke machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.
Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman, alsmede de behandelend arts [betrokkene 2], op 27 oktober 2009 had gehoord, heeft zij bij eindbeschikking van diezelfde datum de verzochte machtiging verleend voor de duur van zes maanden.
De eindbeschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 januari 2010.