Civiel recht overig
Goederenrecht. Bankhypotheek; executoriale verkoop scheepswerf door hypotheekhouder; verbod uitoefening…
Hoge Raad, 26 maart 2010
ECLI:NL:HR:2010:BL2217 · Hoge Raad · 26 maart 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bl2217
Zaakgegevens
Op 26 maart 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04422
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. R.A.A. Duk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BL2217
Samenvatting
Goederenrecht. Bankhypotheek; executoriale verkoop scheepswerf door hypotheekhouder; verbod uitoefening retentierecht. (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof Arnhem · 13 mei 2008
ECLI:NL:GHARN:2008:BF8568Hoge Raad · 26 maart 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BL2217
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL2217
Uitspraak
26 maart 2010
Eerste Kamer
08/04422
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de COÖPERATIEVE RABOBANK "DODEWAARD" B.A. IN LIQUIDATIE,
gevestigd te Opheusden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Rabobank Dodewaard.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 161243/KG ZA 07-617 van de voorzieningenrechter te Arnhem van 8 november 2007,
b. het arrest in de zaak 104.004.447 van het gerechtshof te Arnhem van 13 mei 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank Dodewaard heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat en voor Rabobank Dodewaard, namens haar advocaat, door mr. M.V. Polak en mr. J. van der Beek, advocaten te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank Dodewaard begroot op € 143,14 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 maart 2010.