Civiel recht overig
Huurrecht. Vernietiging wegens dwaling. Schending mededelingsplicht verhuurder. Schadevergoeding? Kan huurder…
Hoge Raad, 26 maart 2010
ECLI:NL:HR:2010:BL2220 · Hoge Raad · 26 maart 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bl2220
Zaakgegevens
Op 26 maart 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/03686
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BL2220
Samenvatting
Huurrecht. Vernietiging wegens dwaling. Schending mededelingsplicht verhuurder. Schadevergoeding? Kan huurder als eigen schuld (art. 6:101 BW) worden aangerekend dat hij verhuurder niet in de gelegenheid heeft gesteld vervangende huisvesting aan te bieden? (art. 81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 26 maart 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BL2220
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL2220
Uitspraak
26 maart 2010
Eerste Kamer
08/03686
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
VESTEDA GROEP B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Vesteda.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 359451 CU EXPL 04/4883 van de kantonrechter te Utrecht van 25 augustus 2004, 13 april 2005 en 26 oktober 2005,
b. het arrest in de zaak 106.004.375/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 maart 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Vesteda is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vesteda begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 maart 2010.