Civiel recht overig

BOPZ. Voorlopige machtiging die aansluit op voortgezette inbewaringstelling (art. 31 Wet Bopz); gevolgen…

Hoge Raad, 26 maart 2010

Zaakgegevens

Op 26 maart 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 maart 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/00123
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. E. Grabandt
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BL2221
E-mail

Samenvatting

BOPZ. Voorlopige machtiging die aansluit op voortgezette inbewaringstelling (art. 31 Wet Bopz); gevolgen gebruik verkeerd modelformulier voor geneeskundige verklaring; wijze van ondertekening geneeskundige verklaring. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 26 maart 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BL2221

  2. Conclusie A-G · 26 maart 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BL2221

Uitspraak

26 maart 2010

Eerste Kamer

10/00123

EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Betrokkene],

wonende te [woonplaats], thans verblijvende in psychiatrisch ziekenhuis GGZ inGeest, locatie Zuiderpoort te Haarlem,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT HAARLEM,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1. Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het navolgende stuk:

a. de beschikking in de zaak 163829/FA RK 09-3957 van de rechtbank Haarlem van 30 november 2009.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 maart 2010.