Civiel recht overig
Overeenkomstenrecht. Uitleg overeenkomst; vraag wie partij zijn bij de overeenkomst; procesrecht…
Hoge Raad, 7 mei 2010
ECLI:NL:HR:2010:BL6269 · Hoge Raad · 7 mei 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bl6269
Zaakgegevens
Op 7 mei 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 mei 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04115
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.S. Meijer
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BL6269
Samenvatting
Overeenkomstenrecht. Uitleg overeenkomst; vraag wie partij zijn bij de overeenkomst; procesrecht; bewijslastverdeling. (81 RO)
Procesgang
Hoge Raad · 7 mei 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BL6269
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 mei 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL6269
Uitspraak
7 mei 2010
Eerste Kamer
08/04115
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
2. [Verweerster 2],
beide gevestigd te [vestigingsplaats],
3. DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN [betrokkene 1],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaten: mr. E. Grabandt en mr. L. Kelkensberg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 91808/HAZA 04-416 van de rechtbank Maastricht van 13 april 2005 en 19 juli 2006,
b. de arresten in de zaken 103.002.128 (rolnummer 05/922), 103.002.267 (rolnummer 05/1080) en 103.004.457 (rolnummer 06/1549) van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 november 2005, 7 november 2006 en 8 april 2008.
De arresten van 7 november 2006 en 8 april 2008 van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van 7 november 2006 en 8 april 2008 van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. J. Mencke, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 7 mei 2010.