Civiel recht overig
Procesrecht. Hoger beroep; grievenstelsel; omvang rechtsstrijd in appel; appelrechter gebonden aan de niet…
Hoge Raad, 25 juni 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM1667 · Hoge Raad · 25 juni 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bm1667
Zaakgegevens
Op 25 juni 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/04241
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S Kamminga, mr. N.T. Dempsey
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BM1667
Samenvatting
Procesrecht. Hoger beroep; grievenstelsel; omvang rechtsstrijd in appel; appelrechter gebonden aan de niet door de grieven bestreden, door de rechtbank in strijd met art. 23 Rv. gegeven concretisering van een vordering; art. 23 Rv. niet van openbare orde; discretionaire bevoegdheid rechter om inlichtingencomparitie te gelasten. (81 RO)
Procesgang
Hoge Raad · 25 juni 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BM1667
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 juni 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM1667
Uitspraak
25 juni 2010
Eerste Kamer
08/04241
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 105581/HA ZA 04-1306 van de rechtbank Haarlem van 6 oktober 2004, 18 mei 2005 en 19 oktober 2005,
b. de arresten in de zaak 106.004.383/01 (rolnummer 281/06) van het gerechtshof te Amsterdam van 25 oktober 2007 en 3 juli 2008.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 juni 2010.