Civiel recht overig
Erfrecht. Geschil over omvang nalatenschap. Opzettelijke verzwijging van tot de gemeenschap behorende…
Hoge Raad, 9 juli 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM4087 · Hoge Raad · 9 juli 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bm4087
Zaakgegevens
Op 9 juli 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/05198
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R. Menschaert
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BM4087
Samenvatting
Erfrecht. Geschil over omvang nalatenschap. Opzettelijke verzwijging van tot de gemeenschap behorende goederen (art. 3:194 BW)? Stelplicht en bewijslast. (art. 81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 9 juli 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BM4087
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juli 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM4087
Uitspraak
9 juli 2010
Eerste Kamer
08/05198
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R. Menschaert,
t e g e n
1. de rechtsopvolgers van [betrokkene 1],
laatst gewoond hebbende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
3. [Verweerder 3],
beiden wonende in Zwitserland,
4. [Verweerster 4],
5. [Verweerder 5],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres], verweerders onder 2 en 3 gezamenlijk ook als [verweerders 2 en 3] en verweerders onder 4 en 5 gezamenlijk ook als [verweerders 4 en 5].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 277809 / H 03.3003 van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2005 (tussenvonnis) en 23 november 2005 (eindvonnis);
b. het arrest in de zaak 106.004.636/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 21 augustus 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen verweerders is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft op 19 mei 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van verweerders begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.