Civiel recht overig

Vermogensrecht. Verkrijging van eigendom van een goed door extinctieve verjaring dan wel verkrijging van…

Hoge Raad, 9 juli 2010

Zaakgegevens

Op 9 juli 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/04257
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.L.J Duijsens, mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BM5707
E-mail

Samenvatting

Vermogensrecht. Verkrijging van eigendom van een goed door extinctieve verjaring dan wel verkrijging van erfdienstbaarheid door extinctieve verjaring (ex art. 3:105 BW)? Strook grond verkregen uit kracht van een geldige titel? Beroep op twintigjarige termijn van art. 3:306 BW? (art. 81 RO).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 juni 2008

    ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9829
  2. Hoge Raad · 9 juli 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BM5707

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 9 juli 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BM5707

Uitspraak

9 juli 2010

Eerste Kamer

08/04257

DV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

2. [Eiseres 2],

beiden wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het tussenvonnis in de zaak 109755/HA ZA 04-951 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 4 augustus 2004;

b. het tussenvonnis in die zaak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2005;

c. het eindvonnis in die zaak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 5 juli 2006;

d. het arrest in de zaak HD 103.003.840 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 juni 2008.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.