Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Afspraak over verdeling van opbrengst bij verkoop ook betrekkelijk tot overeenkomst…
Hoge Raad, 9 juli 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM5712 · Hoge Raad · 9 juli 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bm5712
Zaakgegevens
Op 9 juli 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/05144
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. F.E Vermeulen, mr. S.M. Kingma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BM5712
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Afspraak over verdeling van opbrengst bij verkoop ook betrekkelijk tot overeenkomst gesloten met opvolgende partij? Grenzen rechtsstrijd (art. 24 Rv.). Uitleg overeenkomst. Exclusief karakter licentie? (art. 81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 9 juli 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BM5712
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juli 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM5712
Uitspraak
9 juli 2010
Eerste Kamer
08/05144
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GREENLIR B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. F.E. Vermeulen, thans mr. R.S. Meijer,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Greenlir en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 307402/H 05.154 (MO) van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2005 en 11 april 2007;
b. het arrest in de zaak 106.006.925/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 24 juli 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Greenlir beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Greenlir mede door mr. J. Mencke en mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk, beiden advocaat bij de Hoge Raad der Nederlanden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Greenlir in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 3.221,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.