Civiel recht overig

Verzekeringsrecht. Brandverzekering. Recht op herbouwwaarde of op verkoopwaarde van bedrijfspand? Onderlinge…

Hoge Raad, 15 oktober 2010

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/00819
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BN5617
E-mail

Samenvatting

Verzekeringsrecht. Brandverzekering. Recht op herbouwwaarde of op verkoopwaarde van bedrijfspand? Onderlinge verhouding tussen bepaling in algemene voorwaarden en de taxatieclausule op polisblad. (art. 81 RO).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem · 23 september 2008

    ECLI:NL:GHARN:2008:BG2127
  2. Hoge Raad · 15 oktober 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BN5617

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 15 oktober 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BN5617

Uitspraak

15 oktober 2010

Eerste Kamer

09/00819

DV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Eiseres 2],

3. TANKSHOP BOXMEER B.V.,

beide gevestigd te Boxmeer,

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ BOVEMIJ N.V.,

gevestigd te Nijmegen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. N.T. Dempsey.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Bovemij.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met rolnummer 1998/904 van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2000;

b. het arrest in de zaak met rolnummer 2000/641 van het gerechtshof te Arnhem van 28 mei 2002;

c. de vonnissen in de zaak 35968/HA ZA 98-904 van de rechtbank Arnhem van 12 november 2003, 16 november 2005 en 15 maart 2006;

d. het arrest in de zaak met de zaaknummers 104.002.634 en 104.002.644 van het gerechtshof te Arnhem van 23 september 2008.

Het arrest van het hof van 23 september 2008 is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Bovemij heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Bovemij mede door mr. N.T. Dempsey, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 10 september 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bovemij begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.