Civiel recht overig
Onrechtmatige daad. Geschil over aansprakelijkheid gemeente voor gevolgen van lozingen op een terrein vanuit…
Hoge Raad, 10 december 2010
ECLI:NL:HR:2010:BO0192 · Hoge Raad · 10 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bo0192
Zaakgegevens
Op 10 december 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/01030
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BO0192
Samenvatting
Onrechtmatige daad. Geschil over aansprakelijkheid gemeente voor gevolgen van lozingen op een terrein vanuit een riooloverstort van het gemeentelijke rioolstelsel; bewijsopdracht; causaal verband; afwijzing schadepost betreffende verwijdering riool en grond. (81 RO)
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 16 augustus 2007
ECLI:NL:GHSGR:2007:BB1924Gerechtshof 's-Gravenhage · 11 november 2008
ECLI:NL:GHSGR:2008:BG4000Hoge Raad · 10 december 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BO0192
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 december 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO0192
Uitspraak
10 december 2010
Eerste Kamer
09/01030
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,
t e g e n
GEMEENTE ZEDERIK,
zetelende te Meerkerk, gemeente Zederik,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
advocaten: mr. A.M. van Aerde en mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 50738/HA ZA 03-2597 van de rechtbank Dordrecht van 19 januari 2005 en 8 maart 2006;
b. de arresten in de zaak met het rolnummer 06/806 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 augustus 2007 en 11 november 2008.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 december 2010.