Civiel recht overig

Ondernemingsrecht. Vraag of een verplichting tot het toekennen van een beloning aan bestuurders van een…

Hoge Raad, 17 december 2010

Zaakgegevens

Op 17 december 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/01316
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. E Grabandt, mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BO1805
E-mail

Samenvatting

Ondernemingsrecht. Vraag of een verplichting tot het toekennen van een beloning aan bestuurders van een vennootschap uitsluitend kan voortvloeien uit de redelijkheid en de billijkheid die de vennootschapsverhoudingen (mede) beheersen. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 17 december 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BO1805

  2. Conclusie A-G · 17 december 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BO1805

Uitspraak

17 december 2010

Eerste Kamer

09/01316

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Eiser 2],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. E. Grabandt,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 56807/HA ZA 99-815 van de rechtbank Haarlem van 3 mei 2006;

b. het arrest in de zaak 06.005.566/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 9 december 2008.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [Verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 1.866,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.