Civiel recht overig

Verjaring. Geschil over verkrijgende verjaring van aandelen; vraag van overgangsrecht in verband met het…

Hoge Raad, 10 december 2010

Zaakgegevens

Op 10 december 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/01631
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P Garretsen, mr. K.G.W. van Oven
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BO1819
E-mail

Samenvatting

Verjaring. Geschil over verkrijgende verjaring van aandelen; vraag van overgangsrecht in verband met het bepaalde in art. 3:99 BW. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 10 december 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BO1819

  2. Conclusie A-G · 10 december 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BO1819

Uitspraak

10 december 2010

Eerste Kamer

09/01631

DV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. K.G.W. van Oven.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 288012/H 04.1315 van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2004 en 16 maart 2005;

b. het arrest in de zaak 106.003.137/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 18 november 2008.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid dan wel verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. P.M. Smid, advocaat te Utrecht.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 december 2010.