Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Vordering uit hoofde van “Promissory Notes”. Bij schuldenaar opgewekt gerechtvaardigd…
Hoge Raad, 3 december 2010
ECLI:NL:HR:2010:BO1976 · Hoge Raad · 3 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bo1976
Zaakgegevens
Op 3 december 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/01320
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.W Scheltema, mr. K.G.W. van Oven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BO1976
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Vordering uit hoofde van “Promissory Notes”. Bij schuldenaar opgewekt gerechtvaardigd vertrouwen dat hij van zijn schuld is gekweten. Rechtsverwerking. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 3 december 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BO1976
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 december 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO1976
Uitspraak
3 december 2010
Eerste Kamer
09/01320
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
OCW INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats], Italië,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als OCWI en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak H 02.2195/251263 van de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2004;
b. het arrest in de zaak 106.001.607/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 december 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft OCWI beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep, althans tot verwerping daarvan.
De zaak is voor OCWI toegelicht door haar advocaat en door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad, en voor [verweerder] namens zijn advocaat door mr. F.E. Vermeulen en mr. M.N. van Dam, advocaten te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van OCWI heeft bij brief van 28 oktober 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt OCWI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 december 2010.