Civiel recht overig
Procesrecht. Vordering tot herroeping ingesteld binnen de termijn van art. 383 Rv.? (art. 81 RO).
Hoge Raad, 24 december 2010
ECLI:NL:HR:2010:BO3555 · Hoge Raad · 24 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bo3555
Zaakgegevens
Op 24 december 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03148
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A. van der Hansz
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BO3555
Samenvatting
Procesrecht. Vordering tot herroeping ingesteld binnen de termijn van art. 383 Rv.? (art. 81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 24 december 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BO3555
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 december 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO3555
Uitspraak
24 december 2010
Eerste Kamer
09/03148
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in het kort geding in de zaak 442630 VV EXPL 07-40 van de kantonrechter Breda, locatie Bergen op Zoom van 14 juni 2007;
b. het arrest in de zaak met rolnummer C0700794/BR van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 januari 2008;
c. het arrest in de zaak HD 200.011.976 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 mei 2009.
Het arrest van 26 mei 2009 van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van 26 mei 2009 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.