Civiel recht overig
(Art. 81 RO). Procesrecht. Aan bewijsaanbod in hoger beroep te stellen eisen. Verboden bewijsprognose?…
Hoge Raad, 27 mei 2011
ECLI:NL:HR:2011:BP5608 · Hoge Raad · 27 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bp5608
Zaakgegevens
Op 27 mei 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04566
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J. Duijsens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BP5608
Samenvatting
(Art. 81 RO). Procesrecht. Aan bewijsaanbod in hoger beroep te stellen eisen. Verboden bewijsprognose? Voldoende belang bij vordering? Bevel bepaalde stellingen toe te lichten (als bedoeld in art. 22 Rv.).
Procesgang
Hoge Raad · 27 mei 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BP5608
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 mei 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP5608
Uitspraak
27 mei 2011
Eerste Kamer
09/04566
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
WESTLANDSE PLANTENKWEKERIJ B.V.,
gevestigd te Made,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerder], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als WPK en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 02-2159 van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 december 2004 en 18 mei 2005;
b. de arresten in de zaak 105.003.830/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2008 (tussenarrest) en 14 juli 2009 (eindarrest).
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft WPK beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor WPK toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt WPK in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 mei 2011.