Civiel recht overig
Art. 81 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging art. 7:296 lid 3 BW.
Hoge Raad, 7 oktober 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT6882 · Hoge Raad · 7 oktober 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bt6882
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/02300
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BT6882
Samenvatting
Art. 81 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging art. 7:296 lid 3 BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 februari 2010
ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ2523Hoge Raad · 7 oktober 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BT6882
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BT6882
Uitspraak
7 oktober 2011
Eerste Kamer
10/02300
RM/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. INBEV NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Breda,
2. [Eiser 2], en
3. [Eiseres 3],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Eiseres onder 1 zal hierna ook worden aangeduid als InBev en eisers onder 2 en 3 als [eiser] c.s.; verweerder zal hierna worden aangeduid als [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 410799 / 7249/05 van de kantonrechter te Eindhoven van 18 mei 2006, 16 november 2006, 29 maart 2007 en 5 juli 2007;
b. de arresten in de zaak met nummers C0700880/HE, HD 103.005.342, 103.005.571 en 103.005.761 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 januari 2008, 4 maart 2008 en 9 februari 2010.
Het arrest van het hof van 9 februari 2010 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstvermeld arrest van het hof hebben InBev en [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. G.R. den Dekker, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep zal verwerpen en een nieuwe datum zal vaststellen waarop de huurovereenkomst tussen InBev en [verweerder] eindigt en het gehuurde in ontruimde staat aan verweerder ter beschikking zal worden gesteld.
De advocaat van InBev c.s. heeft bij brief van 16 september 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
stelt de beëindigingsdatum van de huurovereenkomst en de ontruimingsdatum van de panden aan de [a-straat 1 en 1a] te [plaats] vast op 1 januari 2012;
veroordeelt InBev c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2011.