Civiel recht overig
Art. 81 RO. Verzet tegen dwangbevel. Last onder dwangsom. Formele rechtskracht.
Hoge Raad, 9 december 2011
ECLI:NL:HR:2011:BU1286 · Hoge Raad · 9 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bu1286
Zaakgegevens
Op 9 december 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/02548
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.F Thunnissen, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BU1286
Samenvatting
Art. 81 RO. Verzet tegen dwangbevel. Last onder dwangsom. Formele rechtskracht.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 2 maart 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6412Hoge Raad · 9 december 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BU1286
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BU1286
Uitspraak
9 december 2011
Eerste Kamer
10/02548
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
UNITED STEVEDORES AMSTERDAM (USA) V.O.F.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als USA en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 267964 / HA ZA 06-2100 van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 oktober 2008;
b. het arrest in de zaak 200.022.110/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 maart 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft USA beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Keus strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt USA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 491,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.