Civiel recht overig
Art. 81 RO. Verzoek tot opleggen tijdelijk contactverbod als bedoeld in art. 1:253a lid 2, onder a, BW.
Hoge Raad, 2 december 2011
ECLI:NL:HR:2011:BU3786 · Hoge Raad · 2 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bu3786
Zaakgegevens
Op 2 december 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04576
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Z.B Gyömörei, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BU3786
Samenvatting
Art. 81 RO. Verzoek tot opleggen tijdelijk contactverbod als bedoeld in art. 1:253a lid 2, onder a, BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 25 februari 2009
ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1655Gerechtshof 's-Gravenhage · 21 juli 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3239Hoge Raad · 2 december 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BU3786
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 december 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BU3786
Uitspraak
2 december 2011
Eerste Kamer
Nr. 10/04576
RM/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. Z.B. Gyömörei,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak FA RK 06-2202/263197 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 19 oktober 2007;
b. de beschikkingen in de zaak 105.012.380/01 (R07/1816) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 februari 2009 en 21 juli 2010.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide beschikkingen van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 2 december 2011.