Civiel recht overig
Art. 81 RO. Verzoek tot toekenning eenhoofdig gezag; art. 1:251a BW. Omgang; art. 1:377a BW. Kinderalimentatie.
Hoge Raad, 16 december 2011
ECLI:NL:HR:2011:BU8319 · Hoge Raad · 16 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bu8319
Zaakgegevens
Op 16 december 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04046
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.C.M van Schijndel, mr. L.C.W.M. van Kessel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BU8319
Samenvatting
Art. 81 RO. Verzoek tot toekenning eenhoofdig gezag; art. 1:251a BW. Omgang; art. 1:377a BW. Kinderalimentatie.
Procesgang
Hoge Raad · 16 december 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BU8319
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 december 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BU8319
Uitspraak
16 december 2011
Eerste Kamer
10/04046
TT/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,
t e g e n
[De moeder],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L.C.W.M. van Kessel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 396048 / FA RK 08-2909 van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.057.553/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 juni 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.