Civiel recht overig
Procesrecht, kort geding. Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens overschrijding cassatietermijn van acht…
Hoge Raad, 20 april 2012
ECLI:NL:HR:2012:BP4954 · Hoge Raad · 20 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bp4954
Zaakgegevens
Op 20 april 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/00154
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. J.D. Boetje en mr. B.J. Oort
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BP4954
Samenvatting
Procesrecht, kort geding. Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens overschrijding cassatietermijn van acht weken (art. 402 lid 2 Rv, art. 339 lid 2 Rv).
Procesgang
Hoge Raad · 20 april 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BP4954
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 april 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BP4954
Uitspraak
20 april 2012
Eerste Kamer
11/00154
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. J.D. Boetje en mr. B.J. Oort, thans mr. A. Orhan,
t e g e n
Mr. L.H.A.M. ANDRIESSEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Keuken Kwaliteits Groep B.V.,
kantoorhoudende te Breda,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 214258/KG ZA 10-40 van de rechtbank Breda van 17 februari 2010;
b. het arrest in de zaak 200.058.051 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 augustus 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in het door hem ingestelde cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
[Eiser] heeft bij dagvaarding van 23 november 2010 cassatieberoep ingesteld tegen het onder 1 genoemde arrest van het hof van 24 augustus 2010. Aangezien het hier een procedure in kort geding betreft, bedroeg de cassatietermijn ingevolge art. 402 lid 2 Rv. in verbinding met art. 339 lid 2 Rv. acht weken, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. In het onderhavige geval verstreek die termijn op 19 oktober 2010.
Het cassatieberoep is dus na afloop van de cassatietermijn ingesteld, zodat [eiser] in zijn beroep niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 20 april 2012.