Civiel recht overig
Art. 81 RO. Arbitrage. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter.
Hoge Raad, 13 januari 2012
ECLI:NL:HR:2012:BU3436 · Hoge Raad · 13 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bu3436
Zaakgegevens
Op 13 januari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/02538
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.E.H van der Voort Maarschalk, mr. J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BU3436
Samenvatting
Art. 81 RO. Arbitrage. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 23 februari 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6399Hoge Raad · 13 januari 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BU3436
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 januari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BU3436
Uitspraak
13 januari 2012
Eerste Kamer
10/02538
EE/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DSV ROAD B.V.,
gevestigd te Venlo,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats], Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als DSV en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 160009/HA ZA 01-1836 van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2008;
b. het arrest in de zaak 200.006.084/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft DSV beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor DSV toegelicht door haar advocaat en mr. D.A. van der Kooij, advocaat bij de Hoge Raad. Voor [verweerster] is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. L.B. de Graaff, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt DSV in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 4.901,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 januari 2012.