Civiel recht overig
Art. 81 RO. Huur. Opzegging. Bedrijfsruimte? Toepassingsbereik art. 7:290 lid 2 BW. (Subsidiair) verzoek om…
Hoge Raad, 24 februari 2012
ECLI:NL:HR:2012:BU9880 · Hoge Raad · 24 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bu9880
Zaakgegevens
Op 24 februari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01240
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E.M.G Peletier, mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BU9880
Samenvatting
Art. 81 RO. Huur. Opzegging. Bedrijfsruimte? Toepassingsbereik art. 7:290 lid 2 BW. (Subsidiair) verzoek om verlenging ontruimingstermijn; toepasselijkheid art. 7:230a BW.
Procesgang
Uitspraak · 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BR3456Hoge Raad · 24 februari 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BU9880
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 februari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BU9880
Uitspraak
24 februari 2012
Eerste Kamer
11/01240
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 1050516 VZ VERZ 09-6515 van de kantonrechter te Rotterdam van 14 januari 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.062.665/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 december 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren dan wel het cassatieberoep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 755,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.