Civiel recht overig
Art. 81 RO. Verzoek tot ondercuratelestelling; art. 1:378 lid 1, onder a, BW.
Hoge Raad, 24 februari 2012
ECLI:NL:HR:2012:BU9885 · Hoge Raad · 24 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bu9885
Zaakgegevens
Op 24 februari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/03043
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. M.M. van Asperen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BU9885
Samenvatting
Art. 81 RO. Verzoek tot ondercuratelestelling; art. 1:378 lid 1, onder a, BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 6 april 2011
ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3569Hoge Raad · 24 februari 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BU9885
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 februari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BU9885
Uitspraak
24 februari 2012
Eerste Kamer
11/03043
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
HET OPENBAAR MINISTERIE,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en het Openbaar Ministerie.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 931580 EJ VERZ 10-80670 van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 mei 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.071.749/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 april 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Openbaar Ministerie heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 6 januari 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.